Column: We hebben ons uit de crisis gepatenteerd, maar nog niet geïnnoveerd

gepubliceerd

Dagelijks komen wij veel bedrijven tegen die worstelen met hun innovatieprojecten. Veelal loopt men te hoop in de uitvoering waardoor de uitkomsten niet zijn wat men vooraf had verwacht. Met kostbare afschrijvingen tot gevolg. Zonde, want wanneer bedrijven meer zouden investeren in new business development zijn de opbrengsten beter. Dit blijkt niet alleen uit onze ervaring met ruim 1 miljard euro aan innovatieve groei maar ook uit onderzoek van de Columbia University. We vroegen ons echter af of onze ervaringscijfers klopten. Zijn er echt zoveel bedrijven in Nederland die in de praktijk moeite hebben uitvoering te geven aan hun innovatiestrategie?

Aan ons enthousiasme voor patenten ligt het niet

Onlangs maakte het Europees Octrooibureau (EOB) bekend dat Nederland een tweede plaats inneemt als het gaat om het aantal aangevraagde octrooien. 7100 om precies te zijn. Ruim 3% groei ten opzichte van een jaar eerder. Alleen Zwitserland blijft ons voor.

Qua economische innovatiekracht scoort Nederland weliswaar minder, maar nog steeds in de top 10 (EU Innovation Scoreboard 2016). Interessant is het om deze scores te vergelijken met het succes in programma’s zoals Horizon2020, dat in deze periode meer dan ooit gericht is op innovaties dicht bij de markt. Nemen wij als Nederland hier ook een koppositie in? Helaas is het antwoord hierop teleurstellend. Spanje en Frankrijk streven ons ruim voorbij in de Horizon2020 SME ranking. So what, hoor ik u denken. Toch blijkt deze ranking een belangrijke indicator voor onze worsteling om de vertaalslag te maken van idee naar innovatie naar impact.
Ons land is sterk in het creëren van incrementele innovatie ofwel kleine verbeteringen in plaats van het naar de markt brengen van radicale (disruptieve) innovaties. Dit ondanks onze creativiteit om met 7100 patentwaardige opties te komen.

Achter de dijken is het veilig

We houden in Nederland het gevaar van het wassende water buiten de deur met onze geweldige dijken, keringen en sluizen. Niet voor niets hoor je over de hele wereld de fameuze zin ‘bring in the Dutch’ wanneer men natte voeten krijgt. Tegelijk is dit exemplarisch voor de Nederlandse innovatieaanpak. Vanuit de praktijk hoor ik wel eens de opmerking; ‘Klanten weten ons wel te vinden, zolang wij maar laten zien wat we kunnen’. Laat ons maar innoveren, veilig achter onze dijken. Maar laten we eerlijk zijn, zonder een gevalideerde behoefte is het lastig om zelfs het meest briljante patent te verzilveren. Laat staan om impact te creëren.

Innovatieve groei vereist een proces, geen gecalculeerde gok

Op de scharnierpunten van de Nederlandse economie, daar waar beleid, kennis en ondernemerschap samenkomt, hebben wij vanuit ERAC een goed beeld op innovatie en de impact in de praktijk. We zien veel technologisch gedreven innovatieprojecten waarbij het afschrijven van kostbare middelen, uren, relaties en motivatie een veelvuldig resultaat is. Hierbij lijkt innovatie soms meer op bedrijfsmatig gokken dan een strategisch proces. Om de innovatiekracht van bedrijven te versterken zouden bedrijven meer moeten investeren in new business development waarin het valideren van kritische aannames centraal staat. Het geeft namelijk niet alleen grip op innovatie, het resultaat wordt beter tegen lagere kosten en minder risico. Niet voor niets zeggen wij ‘A goal without a plan is just a wish, but a plan without validation is a bet’.

Door: Jasper Munier