Universiteitsfondsen vaak niet revolverend

gepubliceerd

Universiteiten die over financieringsfondsen beschikken voor start-ups en spin-offs, slagen er vaak niet in om het fonds 'revolverend' te maken. Dat ondernemers de leningen weer terugbetalen, is echter wel een eis van de overheid, die een deel van de fondsen financiert. Dat blijkt uit een rondgang langs diverse universiteiten. Ook ERAC'er William van den Bungelaar geeft zijn mening.

Extra vergoeding bij succes

Het idee achter een revolverend fonds is simpel: in tegenstelling tot een subsidie moeten ondernemers het geld weer terugbetalen. Doordat ondernemers rente moeten betalen over hun lening en een extra vergoeding als ze succesvol zijn, wordt het falen van andere start-ups gecompenseerd. Op papier zijn er alleen maar winnaars: doordat het geld weer terugkomt, wordt het fonds in stand gehouden zonder dat er geld bij hoeft. Zo kunnen ook andere ondernemers van eerdere successen profiteren.

Revolverend fonds universiteit

Wishful thinking

De praktijk blijkt weerbarstig. Zo verwachten de VU en VUmc dat slechts 25% tot 40% van het uitgeleende geld aan start-ups terugkomt. Andere universiteiten, zoals de UvA en de Universiteit Maastricht, kunnen nog geen percentages noemen, maar weten nu al dat het fonds niet revolverend is. 'Revolverendheid is wishful thinking', aldus Henri Theunissen, verantwoordelijk voor spin-offs van de Universiteit Maastricht.

Zo zijn de universiteitsfondsen bedoeld voor start-ups die vaak nog maar net begonnen zijn met hun bedrijf en de haalbaarheid van hun product of dienst nog moeten onderzoeken. 'De kans dat deze bedrijven mislukken is groot', zegt Theunissen.

Goede mix

Doordat de fondsen relatief klein zijn in omvang — meestal tussen € 1 mln en € 3 mln — is het moeilijk om een goede mix aan bedrijven te krijgen die de risico's op kunnen vangen, zegt Theunissen. De zogenoemde 'pre-seed' en 'proof of concept'-fondsen verstrekken leningen tot respectievelijk € 100.000 en € 250.000. Met de proof of concept-fondsen zijn tot nu toe zes tot vijftien bedrijven per universiteit gefinancierd, zo blijkt uit gegevens van zes universiteiten. Bij de pre-seed-fondsen liggen de aantallen tussen de zes en veertig. Theunissen: 'De fondsen moeten groot genoeg zijn zodat de 10% van de bedrijven die wel succesvol zijn het verlies van de resterende 90% kunnen compenseren. Daarvoor zijn deze fondsen te klein.'

Ambities

De TU Eindhoven en de Rijksuniversiteit Groningen zijn wel optimistisch: zij denken dat 80% tot 100% van het geld terugkomt. Eindhoven heeft echter meer geld te besteden (ruim €8 mln) en Groningen denkt de ambitie te halen 'op langere termijn'.

Uit navraag bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), die de universiteiten controleert, blijkt dat de term 'revolverend' niet al te letterlijk wordt genomen. 'Het gaat erom dat de universiteiten de ambitie hebben om revolverend te zijn en het geld efficiënt besteden', zegt adviseur Thomas van Vliet. 'Universiteiten moeten de meest kansrijke bedrijven selecteren, zodat het fonds niet in een keer leegloopt. We eisen dat de rente en aflossingen opnieuw voor leningen worden ingezet.'

'Het is goed als universiteiten en overheden benadrukken dat het geld moet worden terugbetaald', zegt William van den Bungelaar van het gespecialiseerde adviesbureau Erac. 'Deze eis houdt ondernemers scherp.' Maar, zegt hij: 'Er is tot nu toe vrij weinig bekend over het succes van revolverende fondsen. Als de overheid vooral het aantal spin-offs wil verhogen, dan is het vast niet erg als er geld weglekt. Maar deze verwachting wordt vaak niet gecommuniceerd, net als de hoeveelheid geld dat uiteindelijk niet terugkomt.'

Of universiteiten de afspraken nakomen, kan pas over een paar jaar worden gecontroleerd. Ondernemers mogen meestal zeven jaar doen over de afbetaling. De meeste fondsen zijn in 2013 van start gegaan en hebben nu nog tussen de €200.000 en €1,6 mln te besteden.

Bron: FD - Ilse Zeemeijer.