De juiste mix

gepubliceerd

We schrijven 1992. Het Verdrag van Maastricht wordt gesloten en ERAC wordt opgericht. Energie is een nutsvoorziening die in Nederland betrouwbaar door overheidsbedrijven wordt geleverd. En het financieringslandschap voor ontwikkeling bestaat vooral uit subsidies. Hoe anders is dat anno 2017…

Goed, ERAC bestaat nog steeds! Maar in de afgelopen vijfentwintig jaar is de energiemarkt geliberaliseerd en denken bestuurders bij stimulering vooral aan inzet van fondsen. Klimaatdoelstellingen – en daarbinnen de energietransitie – zijn met stip gestegen op alle agenda’s. In overheidsbegrotingen is het revolverend financieren wat de klok slaat, tot en met het Junckerfonds (EFSI) van Europa aan toe.

In de verduurzaming van het energieverbruik en de overgang naar hernieuwbare energiebronnen in de ‘gebouwde omgeving’ komen beide bewegingen vanzelfsprekend samen. Immers, een lager energieverbruik betekent een besparing op kosten en dat betekent een ‘verdienmodel’: aflossingscapaciteit voor een lening. Maar is het nu zo makkelijk? Nee! Want anders had Nederland met de instrumenten van SVn al wel veel grotere stappen gezet. Hun leningsinstrumenten bestaan namelijk ook alweer twee decennia.

Een recent rapport van EnergieOverheid laat zien dat financiering de grote bottleneck is in ombouw van bestaande woningen naar ‘Nul op de Meter’ ofwel (NoM)-woningen. NoM is de afgelopen twee jaar neergezet als een interessante investering met de propositie 'je huis verduurzamen’, en die 'vernieuwbouwing' financieren met de besparing op je energierekening'. Maar afhankelijk van het type huis en de hoogte van de energierekening moet deze business case zo'n dertig jaar lopen. Weet u of u in 2047 nog in uw huidige woning woont? Dat bedoel ik. Alleen hameren op de business case helpt nog niet – stimuleringsmaatregelen zijn onontbeerlijk. Om te helpen door innovatie de investeringskosten naar beneden te brengen (industrialisatie van het aanbod bijvoorbeeld) én om first movers over de streep te trekken met een subsidie op hun investering.

Daarom vraagt deze situatie om de juiste mix van financieringsinstrumenten en subsidiemiddelen – het zijn dit soort vraagstukken waar ERAC zich graag in vastbijt.

Niet alleen in de gebouwde omgeving lopen we er tegenaan dat situaties vragen om de juiste mix van financiering en subsidiemiddelen. De opkomst van grote aantallen revolverende fondsen op provinciaal, regionaal en lokaal niveau leidt ook tot nieuwe ondersteuningsvragen. Er blijkt te vaak dat er in oplossingen is gedacht (het fonds) en te weinig aandacht is gegeven aan het vullen van de pijplijn van projecten die gebruik willen en kunnen maken van het fonds. De vraag is: past de oplossing van de tekentafel wel écht bij de doelgroep? Terug naar de woningbezitters, zij denken niet enkel rationeel in een business case, maar wegen ook verbouwingsoverlast mee – die voor ieder individu anders aanvoelt. Er bestaan nu veel fondsen in Nederland die op papier ‘kloppen’, maar toch nauwelijks aanvragen krijgen. Dit is te voorkomen door een goede ex ante analyse, of te verhelpen door aan de voorkant aanjaagmiddelen (in de vorm van bijvoorbeeld vouchers of ondersteuningscapaciteit) beschikbaar te stellen. Oftewel: het creëren van de juiste mix.

Vincent Ketelaars