Creëer als arbeidsmarktregio impact met de impuls van € 17 miljoen!

gepubliceerd

Op dinsdag 21 september jl. heeft de Tweede Kamer de, door de ChristenUnie ingediende, motie Segers c.s. aangenomen met onder andere het verzoek om extra aandacht voor het creëren van baankansen voor kwetsbare jongeren uit het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en het praktijkonderwijs (PrO). Voor deze impuls is € 17 miljoen uitgetrokken.

Gert-Jan Segers: “De ChristenUnie wil hiermee een extra stap zetten voor jongeren die niet vanzelfsprekend profiteren van de economische groei. We willen dat kwetsbare jongeren met deze extra impuls een grotere kans krijgen om hun plek in de samenleving in te nemen. In een sterke samenleving doet iedereen mee; dit voorstel moet daar aan bijdragen.”

Achtergrond

VSO- en PrO-scholen kunnen voor de arbeidstoeleiding van hun leerlingen al jarenlang een beroep doen op het Europees Sociaal Fonds (ESF). Het budget van de huidige programmaperiode (2014-2020) is echter vroegtijdig uitgeput. Voor de VSO- en PrO-scholen betekent dit dat er vanaf het huidige schooljaar (2017-2018) geen beroep meer kan worden gedaan op de ESF-subsidie. Pas in 2021, wanneer de programmaperiode 2021-2027 in werking treedt, maken de scholen weer aanspraak op aanvullende ondersteuning vanuit het ESF. Dit gat van bijna drie jaar heeft tot gevolg dat de met ESF-subsidie opgebouwde structuren ten aanzien van de arbeidstoeleiding van jongeren onder druk komen te staan of zelfs stagneren. Dit gat wordt nu gedeeltelijk gedicht door de extra impuls van € 17 miljoen.

€ 17 miljoen voor VSO en PrO

De impuls van € 17 miljoen is bestemd voor het rechtstreeks en duurzaam plaatsen van VSO- en PrO-leerlingen op de arbeidsmarkt. De middelen kunnen worden ingezet voor leerwerkplaatsen, stagebegeleiding, speciale scholing en het aanbieden van certificaten.

De gelden worden aan de centrumgemeenten van de 35 arbeidsmarktregio’s beschikbaar gesteld via een decentralisatie uitkering. De beschikbare middelen zijn over de 35 arbeidsmarktregio’s verdeeld op basis van hetzelfde objectieve verdeelmodel dat wordt gehanteerd bij het re-integratiebudget Participatiewet. Dit verdeelmodel is ook gehanteerd bij de verdeling van de ESF-gelden. De centrumgemeenten van de arbeidsmarktregio’s kunnen via een intentieverklaring kenbaar maken of ze willen meewerken aan deze impuls. Vervolgens dienen de centrumgemeenten in samenspraak met de regiogemeenten en de VSO- en PrO-scholen een uitvoeringsplan op te stellen over de aanwending van de middelen. De impuls wordt na afloop geëvalueerd door SZW.

Eefje Nillesen en Marianna Makowiecka

Visie ERAC

Hoe creëer je nu als arbeidsmarktregio impact met deze impuls? ERAC heeft een groot aantal ESF-projecten bij VSO- en PrO-scholen begeleid. Daarnaast is ERAC actief binnen diverse arbeidsmarktregio’s. Aan de hand van deze ervaringen hebben wij een aantal handvatten opgesteld voor de centrumgemeenten bij  de uitvoer van deze impuls:  

  • Vang het traject aan met de organisatie van een bijeenkomst waarbij alle VSO- en PrO-scholen en regiogemeenten uit de arbeidsmarktregio worden uitgenodigd. Spreek duidelijk uit welke voorkeuren de centrumgemeente heeft ten aanzien van deze extra impuls (bijvoorbeeld één gezamenlijk plan, individuele inzet van baan vergrotende activiteiten per school of inkoop van trajecten/cursussen). Stel een samenwerkingsovereenkomst op waarin alle betrokken partijen zich committeren aan afspraken inzake onder andere de verdeling van de gelden en de verantwoording hiervan
  • Het geld dient rechtstreeks ten goede te komen aan de leerlingen, vermijd zoveel mogelijk administratieve rompslomp
  • Probeer bij de uitvoer van de impuls zoveel als mogelijk aan te sluiten bij de via het ESF opgebouwde infrastructuur en expertise
  • Om impact te creëren voor de hele regio kan ingezet worden op een gezamenlijk plan waarbij de samenwerking wordt gezocht tussen de VSO- en PrO-scholen, de regiogemeenten en het bedrijfsleven
  • Probeer een deel te reserveren voor opvolgende schooljaren waar ook (nog) geen ESF-gelden beschikbaar zijn.