Column | Van ‘Hoe dan?’ naar ‘Doe Dan!’

gepubliceerd

Gemeenten en regio’s gaan een sleutelrol spelen in de energietransitie. Dat staat in het in februari gepresenteerde Interbestuurlijke Programma (IBP) tussen het Rijk en gemeenten. U begrijpt dat wij dit toejuichen; wat ons betreft is de regio het ideale niveau om te werken aan de energietransitie: voldoende schaalgrootte maar toch nog overzichtelijk. Maar een sleutelrol voor decentrale overheden is niet mogelijk zonder dat het Rijk de benodigde condities schept door middel van kaders, regelgeving, fiscaliteit, middelen en communicatie. Op dit moment is eigenaarschap van de energietransitie op regionaal niveau vooral nog wensdenken.

Alle Nederlandse regio’s gaan volgens het IBP een Regionale energie- en klimaatstrategie (REKS) ontwikkelen. Deze REKS-en moeten resulteren in regionale samenwerking tussen gemeenten, onderwijspartijen, bedrijven en burgers in de energietransitie, met borging van energieneutrale ambities en concrete uitvoering. De eerste pilots zijn in 2016 en 2017 uitgevoerd, met wisselend resultaat. Er is een model nodig voor een REKS – zodat de nadruk regionaal niet ligt op het ‘hoe dan?’, maar op ‘doe dan!’.

Uitgangspunt: organiseren wat nodig is (en dus niet wat al gebeurt)
Een regionale strategie heeft alleen waarde als deze wordt vertaald naar lokale actie. Denk aan een regionale afspraak om sociale randvoorwaarden te stellen bij het ontwikkelen van grootschalige zonne-opwek. Zo’n afspraak zal nog steeds lokaal verankerd moeten worden. De regio moet zich richten op die onderwerpen waar ze meerwaarde kan bieden. Hoe wordt bijvoorbeeld in uw regio samengewerkt met de netbeheerder? Hebben alle gemeenten afzonderlijk lijntjes? Dat is op termijn geen efficiënte – en zelfs geen houdbare – situatie.

Programma > actielijnen > project
Benader een regionale strategie als een programma met meerdere actielijnen, die over een langere periode met acties of projecten worden ingevuld. Een reeks van maatregelen, met meerdere uitvoerders maar voldoende afgestemd op elkaar. De Regionale Energiestrategie in Hart van Brabant werkt bijvoorbeeld op deze manier: het is de ‘kapstok’ waaraan diverse projecten een plekje vinden. Een combinatie van een netwerkstrategie en een solide basis voor financiering.

Een governance die past als een jas
Niet verzanden in een entiteitsdiscussie – maar organiseren op het meest tastbare niveau: dat van de concrete maatregel. Daar is betrokkenheid van partijen ook niet zozeer een keuze, je bouwt het projectconsortium dat nodig is om de klus te klaren. Op het niveau van de strategie is betrokkenheid wel een keuze. partijen kunnen aanhaken of aangeven op projectniveau mee te willen doen.

Financial engineering
Naast kijken naar het Rijk of (Europese) subsidies moeten regio’s zich meer gaan beseffen dat energieprojecten een verdienmodel op zichzelf hebben. Waar revenuen nu nog veelal de regio uitstromen zouden regio’s sociale randvoorwaarden moeten stellen waardoor de energietransitie haar eigen (financiële) vliegwiel wordt. Het Brabantse initiatief langs de A16, waar het rendement van 100MW windenergie deels zal gaan naar lokale energieprojecten in gemeenten langs de route.

Goed op weg
Voordat alle regio’s aan de slag gaan met hun strategieën doet het Rijk er goed aan duidelijke kaders te scheppen. De verschillen zitten vervolgens in de combinaties en keuzes die regionaal en lokaal gemaakt worden. Een model-strategie maakt het mogelijk de bestaande ondersteuning - in menskracht, capaciteit maar ook instrumentarium zoals NEF en ELENA - efficiënt in te zetten, monitoring goedkoper in te richten en relevanter te maken en programmaontwikkeling over de regio’s heen aan te jagen. Want hoe mooi zou het zijn als het Rijk straks haar inzet gaat bepalen op basis van de optelsom van wat lokaal en regionaal al geregeld is?

Willem Jaspers, adviseur Energietransitie, gaat graag met u in gesprek, willemjaspers@erac.nl of +31 (0)6 51 059 544.