Column | Tijd voor samenwerking tussen Fieldlabs

gepubliceerd

Deze week mocht ik in Zweden een presentatie geven over de optimale toegang van de regionale innovatie infrastructuur voor het MKB. Acht Europese hightech partnerregio’s proberen in een Interreg Europe project, een gezamenlijk plan van aanpak te formuleren. Vanuit het Europese perspectief gedacht, is een gezamenlijke infrastructuur voor het MKB, een belangrijk middel in het vergroten van de Europese concurrentiekracht. Voor veel regio’s interessant, omdat de benuttingsgraad van dit type onderzoeks- en innovatiefaciliteiten toch vaak tegenvalt.

Voor de partners is het onbekend wat er voor faciliteiten in de andere regio’s aanwezig zijn. Dat is niet vreemd. Juist voor dit type kennisdeling is het Interreg-programma bedoeld. Na een korte inventarisatie zie je al snel dat er best wat gelijksoortige laboratoria, proeftuinen en gedeelde faciliteiten bestaan. Wat ik opvallender vind is dat je ook binnen de Nederlandse grenzen veel gelijksoortige faciliteiten ziet. Er mist overzicht, en een beperkte benuttingsgraad leidt tot een lagere continuïteit van projecten. Dit terwijl Europese structuurfondsen sterk hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van dit type faciliteiten. Dit is absoluut een punt voor verbetering richting de nieuwe Europese programma’s.

In dit verband blijft mijn vrees voor Nederlandse ‘Fieldlaberitis’ bestaan. Nieuwe proeftuinen op tal van (overlappende) doelstellingen. Zeker in het Smart Industry domein is het inmiddels nodig om samenwerking te intensiveren tussen Fieldlabs, en deze internationaal op te schalen. Hiermee sorteren de projecteigenaren ook voor op een Europa waar internationalisering alleen maar belangrijker wordt, middelen mogelijk schaarser, en concurrentie hoger. Initiatieven als het Europese Vanguard Initiative zijn daarom nú al belangrijk, en niet pas in de nieuwe programmaperiode. Dit type initiatieven zijn nu nog punt van gesprek in de Europese bestuurlijke omgeving, maar er zijn nu al eerste stappen gezet om ook projecten hieruit te formuleren.

Financiering is nooit een doel, maar blijft altijd een middel om in een behoefte te voorzien. In toenemende mate schrijft ERAC business cases, zonder dat hier een financieringsvraag aan is gekoppeld. ERAC heeft met plezier en vertrouwen gewerkt aan het Development Center for Maintenance of Composites (DCMC). In het project is een uitstekende omgevingsanalyse gemaakt rond bestaande technologieën en de bijbehorende composiet life cycles. Daarmee ontstaat een door bedrijven gedragen clusterorganisatie die complementair is aan bestaande initiatieven, elders in Nederland, of zelfs daarbuiten.

Kortom: een spannende tijd voor ERAC en haar klanten. In deze transitiefase naar een nieuw programma functioneert ERAC in regionaal, nationaal en Europees perspectief als schakelkast. Beleidsmakers die vragen om input uit de dagelijkse praktijk om effectief en efficiënt geld in te zetten in goed doorwrochte business cases, en de triple helix die vraagt op welke wijze innovatiebeleid maximaal hun ambities kan supporten. Het fieldlab DCMC heeft hierin maximaal voorgestorteerd, hulde aan de projectpartners!

Huub Smulders