Column | Rendement bij publiek gefinancierde revolverende fondsen?

gepubliceerd

Steeds meer overheden kiezen ervoor om investeringsprojecten met een positieve businesscase niet langer te subsidiëren. Als alternatief voor de aloude subsidie is het publiek gefinancierde revolverende fondsinstrument al enige tijd in opkomst. Hier beoordeelt de (onafhankelijke) fondsmanager of een project in aanmerking komt voor financiering. Bijvoorbeeld in de vorm van een lening. Het uitgeleende bedrag komt weer terug in het revolverende fonds door aflossing (eventueel aangevuld met een rentevergoeding). En is dan weer beschikbaar voor nieuwe leningen.

Sommige van deze, publiek gefinancierde revolverende, investeringsfondsen sturen hun fondsmanagers de weg op met zéér ambitieuze financiële voorwaarden. Voorbeelden die ik in de praktijk voorbij zie komen zijn onder andere:

  • Dat het fonds minimaal nominaal revolverend moet zijn. Dit betekent dat naast de initiële inleg onder meer ook de kosten van het fondsmanagement uit de opbrengsten moeten worden gedekt;
  • Dat daarbovenop vaak ook nog hoge specifieke rendementsdoelstellingen moeten worden gehaald;
  • Én dat de fondsmanager de middelen op marktconforme basis moet uitzetten. De investeringscondities dienen hierbij gelijk zijn aan de condities die marktpartijen hanteren.

En o ja, natuurlijk is het óók nog van belang om maatschappelijk doelen te behalen. Dit laatste dreigt nogal eens onder te sneeuwen, maar het fonds moet (indirect weliswaar) werkgelegenheid creëren, CO2 reductie bewerkstelligen, innovatie stimuleren, et cetera, et cetera. 

In zeer specifieke situaties zie ik dat deze hoge financiële rendementsdoelstellingen inderdaad succesvol kunnen worden gecombineerd met maatschappelijke rendementsdoelstellingen. Maar al te vaak gebeurt dit niet. We hebben dan in veel gevallen te maken met een structurele weeffout in het ontwerp van het fonds. Een gemiste kans.

Als gevolg van het hoge financiële eisenpakket zien we dat veel investeringsfondsen in de praktijk niet goed kunnen presteren. Zo blijft het aantal goedgekeurde projecten achter, blijft het fonds te liquide en zijn de financiële rendementsdoelstellingen niet in beeld. Maar belangrijker nog, de maatschappelijke doelstellingen worden niet gehaald. En juist daar zou volgens mij bij een publiek gefinancierd revolverend fonds de nadruk op moeten liggen.

Waarom dan zoveel nadruk op het financiële rendement? Hoor ik u denken. En terecht. Want is het feit dat een ‘fonds-euro’ geheel of gedeeltelijk revolveert al niet een enorm financieel rendement als we het vergelijken met de ‘subsidie-euro’ die per definitie geen financieel rendement genereert?

Een tweede vraag die ik mijzelf hierbij stel is waarom wordt er zoveel nadruk gelegd op marktconformiteit? Dit impliceert dat de markt de investeringsprojecten moet oppakken. In mijn optiek is de grote meerwaarde van een publiek gefinancierd revolverend fonds nu juist dat het kán investeren in projecten die de markt niet - of slechts gedeeltelijk - oppakt. Projecten die vaak wel een groot maatschappelijk rendement genereren, maar slechts een bescheiden financieel rendement. Dat betekent dan natuurlijk wel dat er vanuit een fonds staatssteun wordt versterkt. Maar dat is prima, zolang dit maar gebeurt met de gebruikmaking van een gepaste vrijstellingsverordening. En dat betekent natuurlijk ook dat in veel gevallen het fondsvermogen langzaam terugloopt. Maar dat vind ik bijna ook een ‘Must’. Als je als publiek gefinancierd revolverend fonds niet ‘leegloopt’, voeg je niets toe aan de private financieringsmarkt. Het publiek fondsvermogen moet teruglopen, als uiting van de maatschappelijke meerwaarde die de overheid met een revolverend fonds vervult.

Luc van Aart, adviseur ERAC, specialist revolverende fondsen