Column | Doelmatig versus rechtmatig: de pendule slaat door

gepubliceerd

Subsidies zijn een belangrijk instrument om maatschappelijke doelen te behalen. Van oudsher wordt uitbetaald op basis van de resultaten. Met de opkomst van financiële controles verdween de doelmatigheid echter naar de achtergrond en ging de rechtmatigheid regeren. “Als de bonnetjes maar kloppen”, werd de teneur. Hiermee zijn de administratieve lasten enorm gestegen. Dat leidt al meerdere jaren tot tegengeluiden met als inzet de aandacht weer ‘terug’ te verleggen van de bonnetjes naar de resultaten. Het balanceren tussen rechtmatigheid en doelmatigheid werkt al generaties lang als een pendule. Het ideaal is echter de pendule in balans, stil te kunnen hangen. Het is de zoektocht naar hét antwoord op de vraag hoe je het behalen van doelen en de daaraan gekoppelde financiële middelen, afgewogen beoordeelt.

Een goed gebalanceerde pendule kent geen ongewenste uitslagen. Alleen als in het speelveld van subsidieverstrekkers en -ontvangers doelmatigheid en rechtmatigheid evenwichtig worden geborgd, kan de zo gewenste effectmeting worden gerealiseerd. Het is voor beide partijen een gezamenlijke taak de gesubsidieerde activiteiten zo efficiënt én effectief mogelijk uit te voeren.

“Substance over form” is een van de beginselen die accountants hanteren bij het opmaken van de jaarrekeningen. Dit beginsel komt erop neer dat, bij de verwerking van gebeurtenissen en transacties, de economische realiteit voorrang heeft boven het juridische karakter. Een goed begrip van het juridische kader is noodzakelijk om de ‘juiste’ economische realiteit te kunnen bepalen.

Het gehele traject dat subsidieverstrekkers moeten doorlopen, is steeds complexer geworden, met als risico het doorslaan naar “form over substance”. In deze situatie verkeren veel subsidieregelingen nu, ondanks de opkomst van het zogenaamde Uniforme Subsidiekader. De slinger van de pendule slaat daardoor anno 2018 sterk uit richting rechtmatigheid.

De Algemene Rekenkamer geeft al dertig jaar lang nadrukkelijk de voorkeur aan “brede supervisie op doelmatigheid boven de altijd wat benauwde controle op rechtmatigheid”. Recente rapporten tonen aan dat effectmeting weinig plaatsvindt. En bovendien dat dit vaak nauwelijks mogelijk is, omdat de doelen van subsidieregelingen op voorhand niet ‘smart’ zijn gesteld.

De beweging dat doelmatigheid weer méér aandacht krijgt, is toe te juichen. Maar… wij zien nu vooral dat doelmatigheid wordt toegevoegd aan bestaande controlesystemen. Daarmee verwordt doelmatigheid tot een extra rechtmatigheids-item. En daarmee tot extra administratieve lasten. Dat is juist niet hoe ERAC een optimaal gebruik van het subsidie-instrument ziet. De pendule beweegt vanuit het extremo rechtmatigheid dus niet terug naar een gebalanceerd midden, maar slaat nog verder door.

Toetsen op doelmatigheid (lees behalen van indicatoren) wordt vaak in één adem genoemd met administratieve lastenverlichting voor de subsidieontvangers. In het huidige digitale tijdperk hoeft de administratieve last van een subsidieproject zeker niet onevenredig hoog te zijn. Een goede inrichting van de processen volstaat. Een excellent project dient het belang van de uitvoerder minstens zo veel als het maatschappelijk belang. Eigenaarschap, verantwoordelijkheid en een aandeel eigen inbreng zijn betere waarborgen voor resultaten dan regeldrift en verantwoordingseisen. Een doordachte vastlegging van de projectactiviteiten geeft al snel een duidelijk beeld van de aan het project verbonden kosten. Met een adequate projectadministratie, waarbij de gemaakte kosten worden afgezet tegen de behaalde doelstellingen, kan het zo vurig gewenste inzicht in doelmatigheid of gebalanceerde, efficiënte wijze worden gerealiseerd.

Richard Rikken

Uit onze praktijk

Deze complexiteit vraagt om gespecialiseerde subsidieprofessionals, die de juiste balans weten te vinden tussen wetgeving en realiteit. ERAC en EIFFEL leiden in hun leergang Financieel Subsidiespecialist nu twaalf specialisten op. De leergang biedt juridische en financiële kennis, aangevuld met soft skills in de vorm van vaardigheden voor het werken in een politiek bestuurlijke organisaties.

Naar aanleiding van een casus over fraude met subsidies stelde een van de deelnemers de vraag, waarom je je druk maakt over een fraude van € 1 miljoen als er voor honderden miljoenen euro’s aan subsidies worden verspild met ondoelmatig handelen. Een hele terechte constatering, maar het is een feit dat in het geval van een (vermeende) fraude de media er vol op duiken en dat het publiek verontwaardigd reageert. Terwijl bij een mogelijk veel grootschaligere verbranding van subsidiegelden de schouders worden opgehaald. Dit typeert de complexiteit.